Kraamzorgtips

Kraamweek met een peuter erbij

De kraamweek met je tweede kind

Bij een tweede kind weet je al hoe een kraamweek voelt, maar nu is er ook een peuter die aandacht vraagt. Deze pagina legt uit hoe het zit met je kraamzorguren, hoe je je oudste voorbereidt en hoe je de week praktisch organiseert.

Krijg je minder uren bij een tweede kind?

Nee, niet standaard. Het aantal kraamzorguren wordt bepaald met het Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg (LIP), en dat maakt wat betreft de omvang geen onderscheid tussen een eerste en een tweede kind: het basispakket is in beide gevallen 49 uur, verdeeld over 8 dagen. Wel is de invulling iets anders: bij een tweede of volgend kind gaat een deel van de uren voor voorlichting en instructie (je hebt het immers al een keer gedaan) naar het onderdeel "integratie van het kind in het gezin", oftewel aandacht voor je oudste en het wennen aan elkaar.

Dat je in de praktijk soms toch minder uren krijgt, komt door twee dingen:

  • Je kunt zelf minder uren kiezen. Ouders met ervaring willen dat vaker. Het wettelijke minimum is 24 uur (exclusief de assistentie bij de bevalling); kies je bewust voor minder dan geïndiceerd, dan wordt dat vastgelegd in de zorgovereenkomst.
  • Minderfactoren. Het protocol kent situaties waarin uren eraf gaan, bijvoorbeeld als je inwoont bij een ander huishouden of alleen flesvoeding geeft. "Tweede kind" staat daar niet tussen.

Andersom geldt: één peuter in huis levert op zichzelf géén extra uren op. Het indicatieformulier telt pas een half uur per dag extra bij twee andere kinderen onder de 4 jaar of drie andere kinderen onder de 6 jaar. Vertel bij de intake dus eerlijk hoe je gezinssituatie is; de uren kunnen tijdens de kraamweek nog worden bijgesteld (herindicatie) als het zwaarder blijkt dan gedacht.

Je peuter voorbereiden op de baby

Peuters hebben nog weinig tijdsbesef; "over drie maanden" zegt ze niets. Bereid je oudste daarom vooral kort van tevoren en heel concreet voor: praat over de baby in de buik, laat je kind meevoelen en bekijk samen babyfoto's van je oudste zelf. De jeugdgezondheidszorg adviseert drie dingen: erover praten, je kind erbij betrekken en na de geboorte duidelijk laten merken dat je nog net zoveel van je oudste houdt, bijvoorbeeld door af en toe iets samen te doen zonder de baby erbij.

  • Een cadeautje "van de baby". Veel ouders leggen een klein cadeautje klaar dat de baby "meeneemt" voor de grote broer of zus. Dat maakt de eerste kennismaking feestelijk in plaats van bedreigend.
  • Vaste momenten voor je oudste. Plan elke dag een kort moment dat alleen van de peuter is: samen een boekje op de bank, even naar buiten met papa of mama. Voorspelbaarheid geeft houvast.
  • Betrekken bij de verzorging. Laat je peuter een luier aangeven, meekijken bij het badje of een liedje zingen voor de baby. Dit hoort ook officieel bij de kraamzorg: bij jonge kinderen in het gezin besteedt de kraamverzorgende aandacht aan de integratie van de baby, door de andere kinderen te laten kijken en helpen bij de badbeurt, het in bed leggen en een schone luier.

Opvang-draaiboek: wie vangt je peuter op?

Een bevalling kondigt zich zelden op een handig moment aan. Regel de opvang van je oudste daarom ruim van tevoren, op papier, en zorg dat iedereen het draaiboek kent:

  • Wie belt wie. Spreek één vaste opvangpersoon af (plus een reserve voor als die niet opneemt) en zet de nummers bovenaan in je telefoon. Spreek ook af wie er komt als de bevalling 's nachts begint.
  • Logeertas klaar. Zet vanaf een week of 37 een tas klaar met kleren, pyjama, knuffel, eventueel luiers en een briefje met de vaste routines (bedtijd, eetgewoonten, dokter). Dan kan je peuter zo mee.
  • Routines door laten lopen. Laat opvang, peuterspeelzaal of school tijdens de kraamweek gewoon doorgaan. Bekende structuur is voor een peuter prettiger dan een week vol uitzonderingen, en het geeft jou rust om te herstellen.
  • Denk ook aan de kraamweek zelf. Spreek met familie of vrienden af wie er in de kraamweek af en toe met de peuter naar buiten gaat, en wie er kookt. Hulp vragen is geen zwakte; het is precies wat de kraamweek nodig heeft.

Reken voor het verlof van je partner even door hoeveel dagen er beschikbaar zijn: zie geboorteverlof berekenen.

Jaloezie en terugval: normaal, en het gaat over

De meeste peuters zijn na de komst van een baby af en toe jaloers, en dat is normaal: ze snappen nog niet goed wat er gebeurt en moeten de aandacht ineens delen. Jaloezie komt lang niet altijd meteen; soms begint het pas na weken of maanden, als de baby meer aanwezig wordt.

Ook terugval (regressie) komt veel voor: een zindelijk kind dat weer in zijn broek plast, weer een flesje of speen wil, of babypraat gaat doen. Het is de manier van je peuter om te zeggen dat de verandering groot is en dat hij ook nog even klein wil zijn. Wat helpt:

  • Niet straffen of belachelijk maken; benoem rustig wat je ziet ("jij wilt ook even een baby zijn") en doe er luchtig over.
  • Geef je oudste dagelijks even onverdeelde aandacht en benoem wat hij al groot kan.
  • Houd vaste gewoontes vast; juist nu geven ze houvast.

Meestal zakt dit vanzelf weer weg als de nieuwe situatie went. Houdt het lang aan of maak je je zorgen, bespreek het dan met het consultatiebureau.

Bezoek met een groot kind erbij

Bezoek in de kraamweek is met een peuter erbij nog iets vermoeiender: je oudste raakt sneller overprikkeld en ziet iedereen naar de baby lopen. Een paar afspraken helpen:

  • Weinig bezoek tegelijk, korte visites, en plan ze buiten de slaapjes van baby én peuter.
  • Geef je peuter een rol: de deur opendoen, beschuit met muisjes uitdelen, de baby "voorstellen". Zo hoort hij erbij.
  • Vraag bezoek vooraf om eerst even aandacht aan de grote broer of zus te geven, en pas daarna aan de baby.
  • De partner (of een ander vast persoon) bewaakt de afspraken, zodat jij kunt rusten. Meer hierover staat bij praktisch.

Verder lezen

Wat er dag voor dag gebeurt en wie wat doet: zie de kraamweek. Checklists, bezoekregels en hulp organiseren: zie praktisch. Het verlof van je partner reken je uit met de geboorteverlof-tool.

Bronnen: KNOV, Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg (LIP) · Landelijk Indicatieprotocol Kraamzorg, versie 3 (maart 2008), o.a. tabel 3.1 en hoofdstuk kraamzorg op maat · LIP-indicatieformulier met meer- en minderfactoren · Jeugdgezondheidszorg Utrecht, Jaloers gedrag bij peuters

Deze pagina is algemene informatie en vervangt geen medisch advies. Hoeveel uren kraamzorg jij krijgt, bepaalt de kraamzorgorganisatie met het indicatieprotocol; vraag het na bij je eigen organisatie en verzekeraar. In de kraamweek bel je bij zorgen je verloskundige (tot en met dag 10), daarna de huisarts; bij nood 112.