Kraamzorgtips

Kraamzorgtips · Praktisch

Herstel van de moeder: wat is normaal en wanneer trek je aan de bel

In de kraamweek gaat bijna alle aandacht naar de baby, maar jouw lichaam heeft net een topprestatie geleverd en verdient dezelfde zorg. Normaal houdt de kraamverzorgende dagelijks je temperatuur, bloedverlies en herstel in de gaten; krijg je minder uren, dan is het extra belangrijk dat je zelf weet wat normaal is en bij welke signalen je direct belt. Hieronder lees je hoe het herstel hoort te verlopen en wanneer je de verloskundige of huisarts inschakelt.

Slaapt de baby, rust dan zelf ook.
Slaapt de baby, rust dan zelf ook.

Wat is normaal in de eerste dagen

Na de bevalling trekt je baarmoeder samen tot haar oude formaat. Dat voel je als naweeën: krampen in je buik die lijken op menstruatiepijn. Ze zijn vaak sterker tijdens het voeden (borstvoeding stimuleert het samentrekken) en bij een tweede of volgend kind. Naweeën horen na enkele dagen minder te worden; paracetamol mag, ook als je borstvoeding geeft.

Verder is in de kraamweek normaal:

  • Vermoeidheid: je lichaam herstelt en je slaapt in stukjes. Rust nemen is geen luxe maar onderdeel van het herstel.
  • Veel zweten, vooral 's nachts: zo raakt je lichaam het extra vocht van de zwangerschap kwijt.
  • Stuwing rond dag 3 tot 5: je borsten worden voller, warmer en gespannen doordat de melkproductie op gang komt. Vaak aanleggen (of kolven als dat niet lukt) geeft verlichting; ook koelen na de voeding kan prettig zijn. Stuwing zit in beide borsten en gaat niet gepaard met koorts. Eén rode, pijnlijke plek op één borst plus een grieperig gevoel is iets anders; zie de alarmsignalen hieronder.
  • Gevoelige buik- en bekkenbodemspieren: traplopen en lang staan kunnen de eerste dagen zwaar voelen. Dat is normaal, forceer het niet.

Bloedverlies (kraamzuivering): zo hoort het te verlopen

Na elke bevalling, ook na een keizersnede, verlies je bloed en slijm uit de baarmoeder. Dit heet kraamzuivering (lochia). Het normale verloop:

  • Dag 1 tot en met ongeveer dag 4: helderrood en ruim, vergelijkbaar met een hevige menstruatie. Stolsels kunnen erbij horen, vooral als je net uit bed komt.
  • Daarna: het wordt geleidelijk minder en verkleurt van rood naar bruinig, dan roze tot geelwit.
  • Duur: het kan in totaal tot zo'n zes weken duren, met steeds minder verlies.

Gebruik kraamverband of maandverband, geen tampons of menstruatiecup zolang de kraamzuivering duurt; dat verkleint de kans op infectie. Handig zelfcontrolemiddel als er weinig kraamzorg is: let op hoeveel verbanden je per dag nodig hebt. Wordt het verlies ineens weer roder of ruimer nadat het al afnam, dan is dat vaak een teken dat je te veel hebt gedaan; doe het rustiger aan. Blijft het ruim of wordt het meer, bel dan de verloskundige (zie alarmsignalen).

Hechtingen, plassen, ontlasting en de keizersnede-wond

Ben je ingeknipt of ingescheurd, dan lossen de hechtingen vanzelf op. De pijn hoort per dag iets minder te worden. Verzorging is simpel:

  • Spoel na het plassen na met lauw water (een flesje of doucheknop) en dep droog, van voor naar achter.
  • Verschoon je verband regelmatig en was je handen ervoor en erna.
  • Even zonder verband liggen (op een handdoek) helpt de wond drogen.

De eerste keer plassen kan branden of gevoelig zijn; dat trekt meestal snel weg. Blijft plassen pijnlijk, moet je heel vaak kleine beetjes plassen of lukt plassen niet, meld dat dan bij de verloskundige. De eerste ontlasting laat vaak een paar dagen op zich wachten en dat is normaal. Stel het niet uit als je aandrang voelt, pers niet hard (steun eventueel met een schoon verband tegen de hechtingen) en houd de ontlasting zacht met veel drinken en vezels. De hechtingen kunnen daar goed tegen.

Na een keizersnede herstel je van een buikoperatie: houd de wond schoon en droog, en let op signalen van infectie zoals toenemende roodheid, dikker worden, vocht of pus uit de wond, meer pijn of koorts. Til de eerste weken niets dat zwaarder is dan je baby en vraag je verloskundige of het ziekenhuis wat je wanneer weer mag opbouwen.

Rust en opbouw: elke dag een beetje meer

Rust is geen ouderwets dogma maar het belangrijkste medicijn van de kraamweek. Je bekkenbodem, buikspieren en baarmoeder hebben tijd nodig; wie op dag 3 al boodschappen doet, betaalt dat vaak later terug met doorbloeden, extra vermoeidheid of bekkenbodemklachten. Juist zonder kraamverzorgende die je terug in bed stuurt, moet je dit zelf bewaken.

Een goed uitgangspunt, in overleg met je verloskundige of kraamverzorgende:

  • Eerste dagen: vooral in en om bed, alleen korte stukjes lopen (naar de wc, even douchen).
  • Daarna: elke dag iets langer op, bijvoorbeeld eerst een half uur beneden, en dat langzaam uitbreiden.
  • Hele kraamweek: niet zwaar tillen, niet stofzuigen, geen lange bezoekrondes. Laat huishouden en bezoek aan anderen over.

Je lichaam geeft zelf de grens aan: meer of roder bloedverlies, meer pijn of uitputting betekent een stap terug doen. Vraag de kraamverzorgende in de uren die je wél hebt om samen te bepalen wat jij die dag aankunt; dat kost haar vijf minuten en geeft jou houvast voor de rest van de dag.

Alarmsignalen: hierbij bel je direct

De volgende signalen wacht je nooit af tot morgen. De eerste tien dagen na de bevalling bel je hiervoor de verloskundige (of de gynaecoloog als die je begeleidt), dag en nacht; daarna bel je de huisarts of 's avonds en 's nachts de huisartsenpost.

  • Veel bloedverlies: je maandverband raakt binnen een half uur tot een uur helemaal doorweekt, je verliest twee of meer stolsels zo groot als een vuist, of het verlies wordt ineens weer ruim en helderrood nadat het al dagen afnam. Word je er duizelig bij, zie je zwart voor de ogen of raak je weg: bel 112.
  • Koorts: temperatuur van 38 graden of hoger.
  • Riekende (stinkende) afscheiding of buikpijn die toeneemt in plaats van afneemt; dit kan wijzen op een ontsteking van de baarmoeder.
  • Eén rode, pijnlijke, warme plek op een borst die niet vanzelf wegtrekt, zeker met koorts of een grieperig gevoel: mogelijk borstontsteking (mastitis). Blijf voeden of kolven en neem contact op; verwar dit niet met gewone stuwing.
  • Hevige hoofdpijn die niet overgaat met paracetamol, sterretjes of wazig zien, pijn boven in de buik, of plots opgezette handen of gezicht: dit kan wijzen op pre-eclampsie (zwangerschapsvergiftiging). Weinig mensen weten het, maar dit kan óók na de bevalling nog ontstaan.
  • Eén pijnlijke, gezwollen, rode of warme kuit: mogelijk trombose. Bij plotselinge kortademigheid of pijn bij het ademen direct 112 bellen.
  • Niet kunnen plassen: als plassen zes uur na de bevalling nog niet is gelukt, of je blaas vol voelt en er komt niets.

Twijfel je? Bel gewoon. Verloskundigen zeggen het zelf: liever tien keer voor niets gebeld dan één keer te laat. Zeker met weinig kraamzorg ben jij degene die deze controles overneemt.

Kraamtranen of iets ernstigers

Rond dag 3 tot 5 krijgen veel moeders last van kraamtranen (babyblues): je huilt om alles, bent prikkelbaar of voelt je somber zonder duidelijke reden. Dat komt door de hormoonomslag, vermoeidheid en alle indrukken. Het is normaal, het zegt niets over jou als moeder, en het trekt meestal binnen enkele dagen tot ongeveer twee weken weg. Er hoeft niets aan te gebeuren behalve rust, steun en iemand die zegt dat dit erbij hoort; bij weinig kraamzorg is dat laatste precies wat ontbreekt, dus lees dit ook als partner.

Neem contact op met je huisarts of verloskundige als:

  • de somberheid langer dan twee weken duurt of juist erger wordt;
  • je nergens meer van kunt genieten, veel angst of paniek voelt, of je niet kunt slapen ook als de baby slaapt;
  • je je schuldig of waardeloos voelt, of geen gevoel voor de baby kunt opbrengen;
  • je gedachten hebt over jezelf of je baby iets aandoen, of je dingen ziet of hoort die er niet zijn: dan is direct hulp nodig, ook 's nachts.

Een depressie na de bevalling is goed te behandelen en komt veel voor; hulp zoeken is geen falen. Ook partners kunnen somber of angstig worden na de komst van een baby. Spreek samen af dat je het benoemt als je je zorgen maakt over de ander; ook het consultatiebureau (JGZ) is hiervoor een laagdrempelig aanspreekpunt.

Uit de praktijk

  • Leg een thermometer klaar en meet bij twijfel je temperatuur; 38 graden of hoger is altijd een belletje waard.
  • Houd bij hoeveel verbanden je per dag gebruikt; zo zie je objectief of het bloedverlies afneemt zoals het hoort.
  • Gebruik de hele kraamzuivering door verband, geen tampons of cup.
  • Zet een flesje lauw water bij de wc om na het plassen je hechtingen schoon te spoelen.
  • Meer of roder bloedverlies na inspanning betekent: vandaag een stap terug in activiteit.
  • Bewaar je vragen op een briefje voor het moment dat de kraamverzorgende of verloskundige er is.
  • Laat je partner de alarmsignalen ook lezen; op dag 4 om 3 uur 's nachts denk je zelf niet helder.
  • Zet het nummer van je verloskundige (24 uur bereikbaar in de kraamperiode) en de huisartsenpost in beide telefoons.

Bronnen: Thuisarts.nl, Ik ben net bevallen: belangrijke adviezen · Thuisarts.nl, Ik ben bevallen en verlies bloed · Thuisarts.nl, Depressie na je bevalling · Thuisarts.nl, Borstontsteking bij borstvoeding · Deverloskundige.nl (KNOV), Belinstructies: wanneer bel je de verloskundige? · Deverloskundige.nl (KNOV), Na de bevalling

Deze informatie is algemeen en gecontroleerd tegen de genoemde bronnen, maar vervangt geen persoonlijk advies. In de kraamweek bel je bij zorgen je verloskundige, daarna je huisarts; bel bij een noodsituatie altijd 112.