Kraamzorgtips · Praktisch
Voeding: borst en fles
Voeden is in de kraamweek het onderwerp waar je het vaakst mee bezig bent, en precies het onderdeel waar minder kraamzorguren het hardst aankomen. Of je nu borstvoeding geeft, flesvoeding, of een combinatie: met een paar concrete houvasten kun je veel zelf, en weet je ook wanneer je hulp moet inroepen. Beide manieren van voeden zijn goed; het gaat erom dat het voor jullie werkt en dat je baby genoeg binnenkrijgt.
Borstvoeding starten: het eerste uur en de eerste dagen
De start van borstvoeding is het makkelijkst als je je baby direct na de geboorte huid op huid bij je legt en binnen het eerste uur laat aanleggen. Veel baby's zoeken dan zelf naar de borst. Is dat eerste uur anders gelopen, bijvoorbeeld door een keizersnede? Geen paniek: huid-op-huidcontact en vaak aanleggen in de dagen erna halen veel in.
De eerste dagen drinkt je baby colostrum: kleine hoeveelheden geconcentreerde eerste melk. Dat is normaal, het maagje van een pasgeborene is nog heel klein. Rond dag drie tot vijf komt de melkproductie goed op gang.
Leg aan op vroege voedingssignalen, niet pas als je baby huilt (huilen is een laat signaal en aanleggen gaat dan juist moeilijker):
- smakken, tong uitsteken, zoekbewegingen met het hoofdje;
- handjes naar de mond brengen, onrustig worden;
- in lichte slaap bewegen en geluidjes maken.
Reken in de eerste weken op 8 tot 12 voedingen per etmaal, ook 's nachts. Voeden op verzoek, dus zonder vaste klok, helpt de melkproductie op gang. Goed aanleggen herken je zo: de mond wijd open, een flinke hap van de tepelhof (niet alleen de tepel), kin tegen de borst, en je hoort je baby na de eerste snelle zuigbewegingen rustig slikken. Doet voeden na de eerste aanzuigpijn echt pijn, dan zit de baby meestal niet goed aan; haal hem voorzichtig los (pinkje in de mondhoek) en probeer opnieuw.
Krijgt je baby genoeg binnen? Tel mee in plaats van gissen
Twijfel over "genoeg melk" is een veelgehoorde reden om in week één te stoppen, en die twijfel is vaak onterecht. Je kunt niet in de borst kijken, maar je kunt wél objectief meekijken aan de andere kant. Juist als de kraamverzorgende maar kort komt, zijn dit jouw meetinstrumenten:
- Natte luiers tellen. Vuistregel: dag één ongeveer één natte luier, dag twee twee, oplopend naar zo'n vijf tot zes goed natte luiers per dag vanaf dag vijf.
- Ontlasting verandert van kleur. Van zwart en plakkerig (meconium) via groenbruin naar geel en zacht, meestal rond dag vier of vijf. Die overgang laat zien dat er melk doorheen gaat.
- Gedrag na de voeding. Een baby die na het drinken voldaan loslaat en ontspant, krijgt meestal genoeg. Slikgeluiden tijdens het voeden zijn een goed teken.
- Gewicht. Wat gewichtsverlies in de eerste dagen is normaal; daarna hoort het gewicht weer te stijgen en is je baby meestal na zo'n twee weken terug op het geboortegewicht. De kraamzorg of verloskundige weegt; vraag bij weinig uren expliciet wanneer er gewogen wordt.
Let op de valkuil van de "brave" baby: een pasgeborene die opvallend veel slaapt, weinig vraagt en weinig natte luiers heeft, is niet per se tevreden maar mogelijk te zwak of te suf om te vragen. Blijft het aantal natte luiers achter, drinkt je baby slecht of is hij moeilijk wakker te krijgen, bel dan de verloskundige. Zie ook de sectie over alarmsignalen bij de baby.
Stuwing, pijnlijke tepels en andere hobbels
Vrijwel iedereen komt in de eerste week iets tegen. De meeste problemen zijn goed op te lossen, en stoppen is zelden de enige uitweg.
- Stuwing (meestal dag drie tot vijf): de borsten worden vol, hard en gevoelig als de melkproductie op gang komt. Wat helpt: vaak en goed laten drinken, eventueel vlak voor de voeding warmte (douche, warm washandje) en met de hand wat melk laten weglopen zodat de baby beter kan happen, en na de voeding koelen tegen de pijn. Stuwing zakt meestal binnen een paar dagen.
- Pijnlijke of kapotte tepels komen bijna altijd door de manier van aanhappen, niet doordat jouw huid "te gevoelig" is. Laat het aanleggen corrigeren: door de kraamverzorgende in de uren dat ze er is, en anders door de verloskundige of een lactatiekundige. Wat druppels moedermelk op de tepel laten drogen kan verlichting geven.
- Een rode, pijnlijke, warme plek op de borst met koorts of een grieperig gevoel kan een borstontsteking (mastitis) zijn. Dit is geen reden om te stoppen; doorvoeden mag en helpt juist. Neem contact op met je verloskundige of huisarts als je koorts hebt, je je zieker gaat voelen of de klachten na 24 uur doorvoeden en rust niet afnemen. In de kraamweek geldt: koorts meld je altijd direct bij de verloskundige.
- Twijfel over te weinig melk: ga eerst tellen (zie hierboven) voordat je bijvoeding start. Vaker aanleggen is de beste productieprikkel. Wil of moet je bijvoeden, overleg dan met verloskundige of lactatiekundige over hoe je dat doet zonder de borstvoeding onbedoeld af te bouwen.
De lactatiekundige: wanneer inschakelen en wat kost het
Normaal stuurt de kraamverzorgende elke dag bij op het voeden; bij weinig uren valt die dagelijkse begeleiding grotendeels weg. Een lactatiekundige (kies er een met IBCLC-certificering; alle leden van beroepsvereniging NVL zijn internationaal gecertificeerd) is dan geen luxe maar het logische vangnet. Schakel er laagdrempelig een in bij:
- aanhoudende pijn bij het voeden of kapotte tepels die niet herstellen;
- een baby die niet goed aanhapt, te weinig natte luiers heeft of onvoldoende groeit;
- terugkerende stuwing of (dreigende) borstontsteking;
- bijzondere situaties zoals een te vroeg geboren baby, een tweeling of voeden na borstoperaties;
- kolven en het combineren van borst en fles, bijvoorbeeld richting werkhervatting.
Veel lactatiekundigen doen huisbezoeken. Vergoeding: een aantal zorgverzekeraars vergoedt lactatiekundige zorg geheel of gedeeltelijk vanuit de aanvullende verzekering; de voorwaarden verschillen per polis en per jaar. Check dit het liefst al tijdens je zwangerschap in je actuele polisvoorwaarden, dan weet je bij problemen meteen waar je aan toe bent. Ook zonder vergoeding is één consult vaak het verschil tussen stoppen en doorgaan; vraag vooraf naar het tarief. Via de zoekfunctie van de beroepsvereniging NVL vind je een lactatiekundige bij jou in de buurt.
Flesvoeding veilig klaarmaken
Geef je (ook) flesvoeding, dan is veilig bereiden het belangrijkste dat je moet weten. Volledige zuigelingenvoeding (nummer 1) bevat alles wat je baby de eerste maanden nodig heeft. De regels op een rij, volgens het Voedingscentrum:
- Hygiëne eerst: was je handen voordat je een fles klaarmaakt. Maak flessen en spenen na elke voeding schoon: direct omspoelen, dan reinigen in heet water met afwasmiddel (flessenborstel) of in de vaatwasser, naspoelen en laten drogen op een schone doek.
- Gebruik vers, koud kraanwater en laat de kraan even doorstromen. Gebruik geen warm water uit de kraan of water dat al lang in de leiding of waterkoker stond.
- Doseer precies volgens de verpakking: afgestreken maatschepjes, eerst het water, dan het poeder. Zelf "sterker" of "slapper" aanmaken is niet veilig voor de nieren en de groei van je baby.
- Lichaamswarm geven: verwarm het water in een flessenwarmer of au bain-marie tot lichaamswarm, niet warmer dan 30 tot 35 graden, en voeg daarna pas het poeder toe. Controleer de temperatuur met een paar druppels op de binnenkant van je pols: dat moet lauw aanvoelen, niet heet. Verwarmen in de magnetron kan (op maximaal 600 watt), maar schud de fles daarna goed en test extra zorgvuldig, omdat de melk plaatselijk heter kan zijn.
- Vers klaarmaken heeft de voorkeur. Maak de fles het liefst vlak voor de voeding klaar. Wil je vooruit werken, maak dan maximaal 1 of 2 flessen van tevoren, zet ze direct achterin de koelkast (4 graden) en bewaar ze daar maximaal 8 uur.
- Restjes altijd weggooien. Laat je baby niet langer dan een half uur uit dezelfde fles drinken en bewaar wat over is niet voor de volgende voeding; in aangemaakte, verwarmde melk groeien bacteriën snel.
Hoeveel flesvoeding: rustig opbouwen en je baby volgen
Een pasgeborene drinkt de eerste dagen kleine beetjes; het maagje is nog klein en de hoeveelheid per voeding loopt in de eerste week geleidelijk op. Op de verpakking van de voeding staat een opbouwschema per leeftijd en gewicht; dat is je basis, samen met het advies van kraamzorg, verloskundige en later het consultatiebureau. Een veelgebruikte vuistregel van het Voedingscentrum is ongeveer 150 milliliter per kilo lichaamsgewicht per etmaal, verdeeld over meerdere voedingen, maar dit is een richtlijn: de behoefte verschilt per baby en per dag.
Ook met de fles kun je op verzoek voeden: geef als je baby hongersignalen laat zien en dwing de fles niet leeg. Houd je baby wat rechtop, houd de fles vrij horizontaal zodat de melk niet te snel stroomt, en las pauzes in. Laat je baby zelf loslaten als hij genoeg heeft; spugen van een klein beetje melk is normaal, een baby die na elke voeding fors spuugt of niet groeit bespreek je met de jeugdgezondheidszorg of huisarts.
Tot slot: fles geven is óók een moment van contact. Huid-op-huid, oogcontact en om en om voeden met je partner zijn ook bij flesvoeding goed voor de hechting. En combineren kan ook: sommige ouders geven borst en fles naast elkaar. Laat je daarbij adviseren, zodat de melkproductie op peil blijft als je (deels) borstvoeding wilt blijven geven.
Uit de praktijk
- Leg je baby direct na de geboorte huid op huid en probeer binnen het eerste uur aan te leggen; vraag de verloskundige of kraamverzorgende om mee te kijken zolang ze er is.
- Voed op vroege hongersignalen (smakken, zoeken, handjes naar de mond); huilen is een laat signaal en aanleggen gaat dan moeilijker.
- Tel natte luiers als dagelijkse check: oplopend naar zo'n vijf tot zes goed natte luiers per dag vanaf dag vijf.
- Pijn die aanhoudt tijdens het voeden is niet normaal; laat het aanleggen corrigeren in plaats van door te bijten.
- Rode, pijnlijke plek op de borst plus koorts of grieperig gevoel: blijf gewoon voeden en neem contact op met je verloskundige of huisarts; koorts in de kraamweek meld je altijd direct.
- Zoek tijdens je zwangerschap alvast een lactatiekundige in de buurt op (via de NVL) en check in je polisvoorwaarden wat je aanvullende verzekering vergoedt.
- Gebruik voor flesvoeding altijd vers, koud kraanwater, verwarm niet warmer dan 30 tot 35 graden en test de temperatuur op de binnenkant van je pols.
- Gooi restjes flesvoeding na de voeding altijd weg en maak elke fles het liefst vlak voor gebruik vers klaar; vooruit gemaakte flessen maximaal 8 uur in de koelkast.
Bronnen: Thuisarts.nl, Borstvoeding · Thuisarts.nl, Borstontsteking bij borstvoeding · Voedingscentrum, Borstvoeding geven · Voedingscentrum, Flesvoeding geven · Voedingscentrum, Hoe maak ik de fles klaar? · Nederlandse Vereniging van Lactatiekundigen (NVL)
Deze informatie is algemeen en gecontroleerd tegen de genoemde bronnen, maar vervangt geen persoonlijk advies. In de kraamweek bel je bij zorgen je verloskundige, daarna je huisarts; bel bij een noodsituatie altijd 112.